Belangrijke pijlers m.b.t. het pedagogisch klimaat op Smitshoek.

Leerkrachten op Smitshoek zijn GROEPSleerkracht.

Dit betekent dat leerkrachten voor alle kinderen in de groep aandacht moeten hebben. Voor een aantal kinderen binnen de groep doen we aanpassingen om beter af te stemmen op hun onderwijsbehoeften. Die aanpassingen moeten helpend zijn voor de leerling om zich goed te kunnen ontwikkelen, zowel aan de persoonlijke kant als aan de sociale kant. Het kan zo zijn dat er tijdelijk naar een leerling extra aandacht gaat, omdat dit voor een periode nodig is. Extra begeleiding kan plaatsvinden in de klas, maar ook daarbuiten. We vragen op Smitshoek regelmatig arrangementen aan voor kinderen. Belangrijk voor u om te weten is dat arrangementen gericht zijn op het aanleren van gewenst gedrag, een vaardigheid of cognitieve ondersteuning. Er moet sprake zijn van een leercurve/groei bij kinderen in de richting van het door ouders en school samen geformuleerde doel. Als dit het geval is, kan er herhaald een arrangement aangevraagd worden. Soms concluderen we dat na extra begeleiding een geformuleerd doel op onze school niet haalbaar is. Dan gaan we met ouders in gesprek om te kijken wat er dan nodig is voor hun kind om zich verder te ontwikkelen. School en ouders hebben samen een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat kinderen zich goed ontwikkelen. Belangrijk doel daarbij is dat kinderen goed voorbereid worden om succesvol hun schoolloopbaan te vervolgen in het VO. Vaak kan dat op onze school, maar Smitshoek geeft ook een grens aan in wat voor onze school haalbaar is. Een van die grenzen ligt bij de hoeveelheid begeleiding die een individuele leerling kan krijgen/nodig heeft t.o.v. de aandacht die overblijft voor alle andere leerlingen in de groep. ‘Onze leerkrachten zijn groepsleerkracht’ is daarom een belangrijke uitspraak van onze school.

Een andere belangrijke grens ligt bij de pedagogische aanpak: als een leerling zich hiermee onvoldoende ontwikkelt omdat een meer gedragstherapeutische aanpak nodig is, kunnen wij ook niet bieden wat de leerling nodig heeft.

De groep gaat voor

Hiermee bedoelen we dat bij verstoringen in de groep, de groep altijd voor gaat. Pas daarna is er aandacht voor individuele belangen. We vinden het belangrijk dat onze leerlingen goed les krijgen, goede instructies en begeleiding ontvangen en goed zelfstandig kunnen werken. De leerkracht heeft de regie over het moment van aandacht.

Leerkrachten zijn duidelijk over het gedrag dat zij in de verschillende leer- en werksituaties van de kinderen verwachten. Kinderen krijgen één keer de gelegenheid ongewenst gedrag te herstellen. Daarover gaan leerkrachten niet in discussie. Kinderen die instructies verstoren moeten tijdelijk weg uit de groep.

Storend of onacceptabel gedrag?

Kinderen die storend gedrag vertonen krijgen van ons een time-out. Wij zien de time-out als een service. In de time-out krijgen de kinderen op een vaste plaats de mogelijkheid zichzelf te herstellen. Ze zijn weer welkom in de groep als ze het gewenste gedrag weer kunnen vertonen.  Ook voor de hele groep zien wij dit als service; de leerkracht kan verder met de instructie.

Kom terug als je zeker weet dat je weer mee
kunt doen met de groep. En dus niet stoort!

Daarnaast hebben wij met onze school bepaald welk gedrag voor ons acceptabel is en waar onze grens ligt aan acceptabel gedrag. Gedrag dat over deze voor ons uiterste grens heen gaat, noemen wij grensoverschrijdend gedrag.  Vanuit onze waardes hanteren wij de normen die wij stellen. Deze normen hebben we in drie categorieën beschreven. Op grensoverschrijdend gedrag staat altijd straf. Hierbij houden wij natuurlijk rekening met de leeftijd van de kinderen.

Over welk gedrag hebben we het bij grensoverschrijdend- of onacceptabel gedrag?

  • Fysiek geweld naar leerkrachten en leerlingen. Positief geformuleerd: We gaan vriendelijk met elkaar om en blijven van elkaar af!
  • Respectloos gedrag naar volwassenen (leerkracht, hulpouders, etc.). Positief geformuleerd: We gaan respectvol met elkaar om. Uitschelden, minachtend bekeken worden, etc. Als je twijfelt dan noem je het sowieso respectloos. Na twijfel ga je in overleg met het kind en mocht het toch niet respectloos zijn geweest dan reageer je met ‘het zag er wel zo uit’.
  • (Seksuele) intimidatie in alle vormen. Positief geformuleerd: We gaan netjes (fatsoenlijk) met elkaar om.

Bij grensoverschrijdend gedrag nemen we altijd contact met ouders op. Dit loopt van een telefoontje van de groepsleerkracht om aan ouders te melden dat er sprake was grensoverschrijdend gedrag, via een gesprek met ouders op school naar een officiële waarschuwing en uiteindelijk tot schorsing/verwijdering van school. We volgen hierbij het protocol van onze vereniging PCPO. Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan wij onfatsoenlijk gedrag, alle vormen van geweld en het niet luisteren naar volwassenen: respectloos gedrag. Deze laatste categorie heeft de meeste impact op gevoelens van veiligheid van kinderen. Zij zien immers dat een klasgenoot de leerkracht in een onmachtige positie brengt. Wij vinden dit dan ook de meest ernstige vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Wacht tot je opgehaald wordt!

Het scheiden van gedrag en persoon

Persoon en gedrag worden nadrukkelijk gescheiden. Wij wijzen niet het kind af,maar het gedrag dat het kind op dat moment laat zien. Soms zijn we heel invoelend voor de aanleiding tot het grensoverschrijdende gedrag. Dit betekent voor ons alsnog niet dat kinderen grensoverschrijdend gedrag mogen laten zien.  Dit keuren we af en er volgt een sanctie. We vergelijken dit met wetten in ons land als we dit met de kinderen bespreken. Iemand kan soms echt een heel goede reden hebben om te hard te rijden, of een rood stoplicht te negeren. Als je betrapt wordt, krijg je, ongeacht de goede reden, toch een boete. Zo werkt het op school ook. Voor de gevoelens van veiligheid van de kinderen in de groep is het heel belangrijk dat kinderen merken dat de grens gehandhaafd wordt.

De samenwerking met ouders

Dynamische driehoek

De afbeelding hierboven geeft de relaties tussen ouders, kinderen en school (de leerkracht) weer in een driehoek. Er gebeurt heel veel in de contacten tussen deze drie partijen, dat van groot belang is voor het leven van alle drie. Daarom noemen we dit ‘de dynamische driehoek’. In de driehoek staat het begrip loyaliteit centraal.

De meest sterke loyaliteit bestaat er tussen ouders en kind: de verticale of existentiële loyaliteit. Een kind weet van nature dat het zijn geboorte, zijn bestaan, aan ouders te danken heeft. Ouders weten dat ze verantwoordelijk zijn voor het kind. Het zorgt voor een wederzijdse verbondenheid, waarbij ouders voor hun kinderen opkomen en kinderen voor hun ouders, wat er ook gebeurt.

Naast de verticale loyaliteit staat de horizontale loyaliteit (verworven loyaliteit): de verbondenheid tussen vrienden en tussen kinderen en hun leerkracht(en).

Samenwerking tussen ouders en leerkracht is van groot belang. Ouders en leraar moeten bondgenoten zijn en samen beslissingen nemen die in het belang van het kind zijn. Wanneer zij dit doen is er voor het kind maximale groei- en ontwikkelruimte, omdat er dan geen sprake is van een loyaliteitsconflict.

Het creëren van een positief en op leren gericht klimaat

Een positief groepsklimaat berust op twee pijlers die met elkaar in evenwicht moeten zijn:

  1. Activiteiten doen, die actief gericht zijn op het bevorderen van samenwerking, jezelf en elkaar steeds beter leren kennen en rekening houden met elkaar.
  2. Duidelijke grenzen aangeven door de leerkracht, zodat daarbinnen voor de kinderen veilige oefenruimte voor de sociaal-emotionele ontwikkeling ontstaat. Uitgangspunt daarbij is opkomen voor eigen wensen en behoeftes met respect voor de wensen en behoeftes van de ander.